Prijzen en stipendia
van en voor auteurs

‘Ik ben niet met woorden bezig’ – Genomineerden Dr. Elly Jaffé Prijs over het vertalersvak

21 juni 2018

De vrijheid om je onder te dompelen in een boek, het origineel met respect vertalen én er een overtuigende Nederlandse tekst van maken, in een eigen wereld zijn en precies weten waar je naartoe moet. Anneke Alderlieste, Kiki Coumans, Martin de Haan en Liesbeth van Nes hebben geen moeite uit te leggen wat er zo mooi is aan hun vak. Ze zijn genomineerd voor de Dr. Elly Jaffé Prijs, een driejaarlijkse prijs voor de beste vertaling van een Frans literair werk in het Nederlands.

De een was minder verrast dan de ander (“Als je veel doet kom je vanzelf bovendrijven”), maar vereerd zijn ze alle vier met de nominatie voor de prijs, waaraan een bedrag van 40.000 euro is verbonden. Al had Anneke Alderlieste (1943) haar bedenkingen over de keuze om een shortlist naar buiten te brengen. “De prijs is tot nu toe altijd, hupsakee, aan één winnaar toegekend. Die kon dan bij de uitreiking een prachtig doorwrocht dankwoord uitspreken. Ik heb mevrouw Jaffé nog gekend, volgens mij wilde zij dat zo. Persoonlijk verheug ik me er niet op dat we straks allemaal in spanning zitten af te wachten wie de winnaar wordt.”

Anneke Alderlieste

Alderlieste is genomineerd voor haar vertaling van het tweede deel van De Thibaults van Roger Martin du Gard, een romancyclus van twee delen, die aan de hand van twee broers de ontwikkeling van de Franse bourgeoisie aan het einde van de 19e eeuw beschrijft. Martin du Gard won er in 1937 de Nobelprijs voor Literatuur voor. Al 14 jaar lang is Alderlieste bijna uitsluitend bezig met het vertalen van zijn werk. Op dit moment werkt ze aan zijn dagboeken voor een Privé-domein.

“Ik kan de gordijnen dichtdoen. Het is heerlijk. In een hoekje zitten om iets heel zorgvuldig te doen, te borduren, dat heb ik altijd graag gedaan. Ik ben weleens bang geweest dat Martin du Gard me op een gegeven moment zou gaan vervelen. Maar ik ben juist steeds geboeider geraakt naarmate ik hem beter leerde kennen. Zijn toon, de levensechtheid, de emoties, het hopeloze onvermogen van mensen, hij weet dat zo goed over te dragen. Ik vind zijn laatste werk, Luitenant-kolonel de Maumort, het eerste dat ik van hem vertaalde, nog steeds het mooist. Het is een werk dat hij aan het einde van zijn leven schreef. Hij wist dat hij het niet zou kunnen voltooien, wat hem de vrijheid gaf open en onverbloemd te schrijven over de seksualiteit van de hoofdpersoon, een van de belangrijkste thema’s van het boek.”